De redelijke man past zich aan de wereld aan

“The reasonable man adapts himself to the world: the unreasonable one persists in trying to adapt the world to himself.”
(George Bernard Shaw)

Onderstaande schets de werkelijkheid waarbij multinationals middels “rent seeking” wetten forceren, daar waar het MKB op creatieve wijze om die wetten heen moet werken.

(Een oudere versie is ook gepubliceerd op https://wiki.vrijschrift.org/De%20kleine%20man%20is%20toch%20altijd%20de%20klos, dit is het origineel.)

Onderstaande is een aardige illustratie van hoe de werkelijkheid fors afwijkt van de “waarheden” zoals die geschetst worden door de mensen die hun boterham verdienen met octrooien.

Nou ja, klein, ik denk dat de persoon in kwestie genoeg verdient maar het is wel een kleine ondernemer die mij gisteren (sic. 21-06-07) belde. Zo’n ondernemer waarvan je weet dat velen van hen Nederland BV groot hebben gemaakt. Hij had heel wat geld verspijkerd aan octrooien begreep ik en vroeg mij persoonlijk om advies. Zijn ervaring was dat als hij iets octrooieerde en met multinationals om de tafel ging zitten, dat dan die multinationals hem vervolgens stevig naaiden, om zijn octrooi heen gingen werken en niet eens dankjewel voor het idee zeiden. Waar hebben we dat vaker gehoord? Deponeren bij de notaris, geheimhoudingsverklaring, niets had hem ooit geholpen en de man was realistisch genoeg om te beseffen dat al heb je gelijk, bij een bodemprocedure verlies je altijd van “het geld”. Zijn vraag: “Hoe voorkom je dat?”. Mijn antwoord: “Geen idee, welkom in het systeem”. Suggesties? Welkom! Dit is het zoveelste voorbeeld van een falend systeem.

  • Kennen we Armstrong – onder andere uitvinder van FM-radio – versus RCA (Radio Corporation of America) nog? Na kapot geprocedeerd te zijn trok Armstrong zijn jas aan en liep de deur uit… Van de dertiende verdieping (http://en.wikipedia.org/wiki/Edwin_Armstrong).
  • Of een proces dichter bij huis tussen Philips en de Raadt (http://nl.wikipedia.org/wiki/Bond_van_Ondernemers_in_de_Radiobranche_in_Nederland)? Zeker, de Raadt kreeg wel zijn gelijk* maar haalde bakzeil omdat hij lampen van Philips nodig had om radio’s te maken. Die kreeg hij natuurlijk niet meer! Zo wordt het spel gespeeld en zo ging de Raadt met zijn gehele gezin, met zijn gelijk op zak, geheel de vernieling in. De quote van Mr. Hamming uit 1931 zegt genoeg:

“Dat sprak al boekdeelen!, vooral na dien slag in grooten stijl voor de arbiters, waarbij Mr. Hamming in een pleidooi van een paar uur zijn belezenheid op het terrein van het internationaal octrooirecht ten toon spreidde, de internationale belangen der groot-industrie bepleitte en ten slotte helaas in de Eindhovensche kaarten liet kijken door zich bloot te geven in de ontboezeming: ‘Wat doet die kleine man in de kou, dan komt hij op het gebied der octrooien, waar hij toch geen verstand van heeft; octrooien zijn er alléén voor de groot-industrie’!!”

Is dit schokkende arrogantie van Mr. Hamming? Welnee, het is de ontnuchterende waarheid die achter octrooien schuilgaat. Het sluit ook naadloos aan op een uitgelekte memo van Bill Gates van Microsoft uit 1991:

“De oplossing bestaat uit zoveel octrooieren als we kunnen. Een toekomstige starter die zelf geen octrooien heeft zal gedwongen worden iedere prijs te betalen die de reuzen hem opleggen… Gevestigde bedrijven hebben een belang in het uitsluiten van toekomstige concurrenten.”

Multinationals, zoals Philips, octrooieren jaarlijks duizenden concepten en ideetjes. Ik noem het bewust geen uitvindingen want die zitten er slechts zeer beperkt tussen. Die octrooien zijn puur bedoeld om concurrentie dwars te zitten en als (meestal) defensief wapenarsenaal. Het gevolg: Goedkopere en betere producten van die concurrenten komen daardoor nooit aan bij consumenten en afnemers en dat is de werkelijke prijs die we met zijn allen betalen.

Enfin, terug naar het probleem van de persoon in kwestie. De vergadering was achter de rug en ik kreeg een reactie die zo aardig was dat ik gevraagd heb om het te mogen plaatsen:

“Wiebe, Ik heb je reactie op ons gesprek ontvangen en stem daar volledig mee in. In het voorgesprek op die beruchte vergadering, hebben wij besloten om de rollen om te draaien. Het standpunt dat wij ingenomen hebben is simpel. Men moet vooraf betalen als ze geïnteresseerd zijn in het globale idee. Wordt er niets betaald, dan is het gesprek na een paar minuten voorbij. Die paar minuten is net genoeg om je koffie op te drinken. Niet betalen betekent dus niets te halen. Misschien een aardig voorbeeld, dat ik heb meegemaakt. Ik werd uitgenodigd om naar Engeland te gaan om een nieuwe milieutoepassing te demonstreren. Wel had ik bedongen, dat bij het tonen van de toepassing ik een bedrag van 30.000 pond wilde ontvangen en wel vooraf. Als ik het bedrag niet zou ontvangen,dan zou ik vertrekken zonder enige toelichting. Men heeft alles geprobeerd om dit te omzeilen. Kopieën van cheques gestuurd en andere fratsen. Toch ben ik naar de UK vertrokken en belandde in een vergadering van deskundigen. Ik liet de fax van de cheque zien en zei tegen de directeur, dat ik nu het geld wilde zien. Ik gaf hem mijn aktetas en zei hem, vul deze maar. Na drie kwartier kwam hij met de gevulde tas van de bank terug. Hij had grote moeite gehad om het van de bank los te krijgen. Ik ben toen begonnen met de transfer van know-how, gaf een demonstratie met de hulpmiddelen, die ik had meegenomen en alles was keurig in een dag voorbij. Met achterlating van alle meegenomen spullen, ben ik als een “gangster” op de boot gestapt. Thuis gekomen zei ik tegen mijn vrouw, ga maar zitten en maak de koffer maar open. Toen staarde zij naar vele stapeltjes van Koningin Elizabeth en viel haast flauw van de stoel. Had ik het niet zo benaderd, dan was het koffertje leeg geweest. Met vriendelijk groet, John Doe”

Is dat niet een giller? Zeker! Maar… Dit is de waarheid! Ik kan het hard aantonen middels oude mails uit de krochten van ons enen- en nullensysteem.

Echter, Haagse en Brusselse ambtenaren horen liever de leugens van de lobby en het Europees Octrooibureau EOB: meer octrooien betekent meer innovatie en octrooien zijn dus een prima graadmeter voor de economie.

Waarom die redenatie niet klopt? Nou, het is net zo’n redenatie als deze:

We weten allemaal dat onze welvaart dikke mensen voortbrengt. Als een overheid boter en mayonaise subsidieert omdat je dan dikkere mensen krijgt dan is dat een goed plan. Immers, dikke mensen zijn een graadmeter van hoe goed het met de economie gaat.

Dan tik je toch zeker wel even met je vinger tegen je voorhoofd?

En de parallel gaat verder… Met octrooien is dat precies hetzelfde: door de overdaad aan octrooien zijn de vaten van het handelsverkeer aan het dichtslibben want ieder octrooi is per definitie een handelsblokkade die het bitternoodzakelijke concurrentieprincipe, van laagste prijs en hoogste kwaliteit, volledig buiten spel zet. In die situatie zitten we op dit moment en het wordt hoog tijd dat het octrooisysteem op dieet gaat.

Voor het wanpresterende EOB en het leger octrooijuristen met veel te grote zakken is het MKB gewoon een leuke groeimarkt met stevige sponsoring door de belastingbetaler. Ambtenaren en politici kunnen beter wakker geschud worden met de uitspraak van Hamming: “Wat doet die kleine man in de kou, dan komt hij op het gebied der octrooien, waar hij toch geen verstand van heeft; octrooien zijn er alléén voor de groot-industrie“. Een kleine eeuw later nog steeds actueel.


* op 20 juni 1930 deed de Hoge Raad uitspraak in de zaak Philips/Tasseron (NJ 1930, 1217) over “de leer van het wezen”. Dit is een arrest in een hele reeks over “de leer van het wezen”: bij inbreuk moet bepaald worden of de inbreukmaker iets doet dat binnen de beschermingsomvang van het octrooi valt. Daarbij zijn er grofweg twee benaderingen:

  1. de tekst van het octrooi wordt “uitgelegd” in de zin dat wordt gezocht naar het wezen van de uitvinding, en alles wat daar inbreuk op maakt mag niet (breder)
  2. de tekst van het octrooi wordt letterlijk genomen (minder breed).

Onnauwkeurigheden in de formulering komen in het eerste geval ten nadele van de inbreukmaker, en in het tweede ten laste van de octrooihouder. Philips/Tasseron koos voor de eerste benadering. Sindsdien is men meer en meer geneigd geraakt om voor de tweede benadering te gaan kiezen. De octrooihouder (resp. zijn gemachtigde) is immers “in control”, dus is het redelijk dat hij het risico draagt van onnauwkeurigheden, maar gerechten neigen er bij voortduring toe om toch (af en toe, een beetje) naar het “wezen” te kijken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *