Van archief naar geheugen

Een archief bewaart documenten, maar vormt daarmee nog geen actief geheugen. Herinneren vraagt dat eerdere argumenten opnieuw beschikbaar worden gemaakt, aan latere uitkomsten worden getoetst en aan volgende generaties worden doorgegeven.

Een democratie draagt bij iedere verkiezing macht over. Het denkwerk dat aan eerdere besluiten voorafging, wordt veel minder zorgvuldig overgedragen. Nieuwe volksvertegenwoordigers erven bevoegdheden en dossiers, maar nauwelijks het levende begrip van discussies die soms tientallen jaren eerder zijn gevoerd.

Daardoor keren maatschappelijke debatten terug zonder werkelijk voort te bouwen op eerdere inzichten. Niet omdat oude argumenten zijn weerlegd, maar omdat vrijwel niemand ze nog kent.

Tegelijkertijd onderhouden bedrijven, ministeries, brancheorganisaties en lobbyisten hun dossiers vaak jarenlang. De wezenlijke tegenstelling is daarom niet eenvoudig die tussen democratie en lobby, maar tussen een kort en een lang geheugen. Wie zich het verleden kan herinneren, bepaalt mede het vertrekpunt van de volgende discussie.

Een lerende democratie heeft daarom levende dossiers nodig: welke argumenten werden ingebracht, welke voorspellingen gedaan, welke minderheidsstandpunten genegeerd en wat bleek daarvan na vijf, tien of twintig jaar te kloppen? Niet om oude besluiten heilig te verklaren of schuldigen aan te wijzen, maar om te voorkomen dat iedere generatie opnieuw bij het begin moet beginnen.