Waarom Rusland zijn autocratie blijft reproduceren

Politieke cultuur verandert botertraag

Een veelgehoorde gedachte is dat Rusland na Poetin vanzelf een democratie wordt. Dat lijkt mij vanuit historisch perspectief weinig waarschijnlijk.

We onderschatten hoe lang politieke systemen mensen blijven vormen. Een kind groeit op in een systeem, leert wat wordt beloond en wat wordt afgestraft, geeft die normen weer door aan zijn kinderen, en zo ontstaat een continuïteit die veel sterker is dan één leider. Dat is misschien wel de belangrijkste universele les uit de geschiedenis - die overigens niet alleen voor Rusland geldt.

Duitsland is geen tegenvoorbeeld

Vaak wordt Duitsland aangehaald als bewijs dat een autoritaire samenleving snel kan veranderen. Echter, Duitsland veranderde niet omdat Hitler stierf. Duitsland veranderde omdat het complete politieke systeem werd afgebroken en opnieuw werd opgebouwd.

Het regime verdween. De politieke structuren verdwenen. Het leger werd ontbonden. De rechtspraak werd hervormd. Het onderwijs werd hervormd. De media werden hervormd. Er kwam een bezettingsmacht die jarenlang toezicht hield. Daar bovenop volgden economische wederopbouw - het "Wirtschaftswunder", Europese samenwerking en NAVO-lidmaatschap.

Het ging dus niet om "een nieuwe leider", doorslaggevend was "een nieuw systeem". Daarnaast duurde het meerdere generaties voordat Duitsland werd wat het nu is.

Oost-Duitsland is misschien wel een beter voorbeeld

Na de val van de Muur kreeg Oost-Duitsland vrijwel onmiddellijk dezelfde grondwet, dezelfde rechtspraak, dezelfde munt, dezelfde sociale zekerheid en dezelfde democratische machtsstructuur als West-Duitsland.

Toch zijn er ruim vijfendertig jaar later nog steeds meetbare verschillen. Kijk naar stemgedrag, vertrouwen in de overheid, houding ten opzichte van Rusland, verwachtingen van de rol van de staat.

Het is niet zo dat Russen of Oost-Duitsers "anders zijn", het is weer bewijs dat politieke cultuur vormend is en slechts langzaam verandert. Tel daarbij op dat Oost-Duitsland de meest gunstige uitgangspositie denkbaar had.

De Russische machtsstructuur is vrijwel onveranderlijk

Kijk je naar Rusland, dan zie je bijna het omgekeerde. Van de vorsten van Moskou via de tsaren, de Sovjet-Unie tot Poetin verandert de ideologie enigszins, maar de manier waarop macht wordt georganiseerd verandert nauwelijks. De illusie van verandering zie je terug in namen en symbolen die veranderen, maar de verticale machtsstructuur blijft grotendeels overeind staan en verandert niet.

Het gevolg is dat iedere generatie opnieuw leert dat politieke macht van boven komt, dat de staat sterker is dan het individu en dat openlijke oppositie gevaarlijk kan zijn. Dat vormt mensen cultureel en politiek.

Al honderden jaren wordt bepaald gedrag beloond en ander gedrag afgestraft. Wie zich aanpast, maakt kans op carrière en wie zich verzet, verdwijnt uit beeld. Het systeem reproduceert zichzelf op die manier.

Het bijbehorende diepgewortelde fatalisme - zichtbaar in onder meer zelfdestructief alcoholmisbruik - maakt collectief verzet moeilijk. Tegelijkertijd komt hervorming van de staat zelden voort uit democratische overtuiging. Hooguit verandert het systeem mondjesmaat, puur uit opportunisme en wanneer voortbestaan van het systeem dat noodzakelijk maakt.

Daarom is Poetin niet het probleem

Poetin is niet de oorzaak van het systeem, hij is het product daarvan. Dat betekent ook dat zijn opvolger waarschijnlijk geen liberale hervormer wordt.

Historisch gezien ligt een nieuwe sterke man veel meer voor de hand dan een plotselinge democratische wedergeboorte. Die nieuwe man hoeft geen tweede Poetin te zijn, hij kan een pragmatischer leider zijn die de oorlog beëindigt omdat die economisch en militair onhoudbaar is geworden.

Maar een einde aan een oorlog is nog geen einde aan een politieke cultuur.

De westerse illusie

Wie denkt dat Rusland na één machtswisseling vanzelf een normale democratie wordt, onderschat hoe diep machtsstructuren in de samenleving wortelen. De geschiedenis leert juist het tegenovergestelde: leiders wisselen wel snel, maar systemen veranderen langzaam en politieke cultuur verandert het langzaamst. Dat is historisch realisme.

Duitsland laat zien dat verandering mogelijk is. Echter, Duitsland laat ook zien hoeveel daarvoor nodig was. Daarmee komen we bij de belangrijkste conclusie, niet dat Rusland niet kan veranderen maar dat het veel naïever is te denken dat een andere tsaar voldoende is.

Rusland is meer dan Poetin. Poetin is de huidige uitkomst van een politiek systeem dat al eeuwen vergelijkbare leiders voortbrengt. Wie denkt dat Rusland met een andere president vanzelf verandert, vergist zich. Zonder een fundamentele breuk in de machtsstructuur is een nieuwe tsaar waarschijnlijker dan een democratische rechtsstaat.

Voor veel West-Europeanen is dit moeilijk voorstelbaar. Wij groeien op in een rechtsstaat waarin corruptie, afpersing en geweld uitzonderingen zijn. Daardoor ervaren wij Russische oorlogsmisdaden als onbegrijpelijke uitbarstingen van barbarij.

Barbaarsheid manifesteert zich op het slagveld, maar het zit veel dieper. Barbaarsheid is onderdeel van een samenleving waar macht boven recht staat, corruptie normaal is, de staat boven het individu staat en geweld een geaccepteerd politiek instrument is. Oorlogsmisdaden zijn daarvan het meest zichtbaar, maar zeker niet de enige uiting.

Ook de Russische bevolking is niet louter slachtoffer. Berusting, aanpassing en actieve steun helpen het regime zichzelf te reproduceren. Om het beeld completer te maken: Rusland handelt niet alleen. Iran, China en Noord-Korea houden het regime militair, economisch en politiek mede overeind.

Intermezzo: Russki Mir

(photos courtesy of the 41st Mechanised Brigade, license unknown)

Verwoeste woongebouwen in Koepjansk

Het Kremlin verkoopt de Russki Mir als een grootse beschaving: een wereld van heldendom, traditie, broederschap en bescherming. Echter, de werkelijkheid is het fotografische negatief daarvan: steden in puin, woonwijken weggevaagd en het landschap veranderd in een levenloze krater. Waar Russki Mir verschijnt, verdwijnt het gewone leven. Beschaving maakt plaats voor Mordor.

Een dier in een inslagkrater bij Koepjansk

Russki Mir is een mythe, een dun laagje chroom over een door en door verrot crimineel regime: een staat zonder respect voor mensenlevens, die oorlogsmisdaden organiseert, daders beloont en oorlogsmisdadigers beschermt. Als een nietsontziende vernietigingsmachine trekt het Russische leger verder: steden worden verwoest, de bevolking wordt verdreven en wat achterblijft, zijn puin, kraters en massagraven.

Dat is het ware gezicht van de Russki Mir.

Een ongemakkelijke conclusie voor democratieën

Misschien is het voorgaande wel de belangrijkste les van Rusland. Je hoeft niet verbaasd te zijn over Boetsja, Marioepol of de volgende oorlog, het past als een puzzelstuk exact in het historische profiel van Rusland. Een politieke cultuur die eeuwenlang dezelfde waarden reproduceert, reproduceert uiteindelijk ook dezelfde vormen van barbarij. Dat maakt Rusland niet onschuldig, maar wel voorspelbaar.

Juist daarom is de vraag niet óf Rusland opnieuw een bedreiging voor zijn buren zal vormen, maar onder welke leider en in welke vorm. Zolang de onderliggende politieke cultuur en machtsstructuur blijven bestaan, is een nieuwe periode van agressie aanzienlijk waarschijnlijker dan een duurzame democratische rechtsstaat.

Dat is een ongemakkelijke conclusie.

Die conclusie staat haaks op een hardnekkige westerse overtuiging: dat economische samenwerking, diplomatie of een nieuwe leider Rusland vanzelf zullen veranderen. Die verwachting heeft het beleid van opeenvolgende westerse regeringen beïnvloed, van de "reset" onder Obama tot Merkels geloof dat intensieve economische samenwerking Rusland blijvend zou verbinden met Europa. En de geschiedenis laat telkens opnieuw het tegenovergestelde zien.

Wie na al die ervaringen nog steeds verwacht dat Rusland zich zonder fundamentele structurele veranderingen ontwikkelt tot een stabiele democratische rechtsstaat, is niet optimistisch maar naïef. Het is die naïviteit die letterlijk levensgevaarlijk is voor democratieën.