Het einde van globalisering
Globalisering is het wereldwijd verweven raken van economieën door handel, productie, kapitaal, kennis en arbeid.
Verbroedert handel? De onderliggende gedachte was dat landen die handel drijven wederzijds afhankelijk worden, welvarender worden en daardoor minder snel oorlog gaan voeren. Bovendien worden cultuurgrenzen overschreden, de wereld wordt kleiner. Handel zou verbroederen. Dat bleek naïef: die afhankelijkheid kan ook worden ingezet als machtsmiddel.
Het einde van de globalisering is zeker geen doel op zichzelf, maar democratieën moeten wel stoppen hun economie afhankelijk te maken van autocratische regimes. Landen die energie, grondstoffen, medicijnen en technologie uitbesteden aan landen als Rusland en China, geven hun politieke macht weg. Internationale handel dient ons allemaal maar mag nooit de vrijheid ondermijnen van de samenleving die ervan afhankelijk wordt.
Economische en digitale soevereiniteit van een land dient dus altijd gewaarborgd te zijn. Dat er op het moment van schrijven in 2026 nog steeds Russische brandstoffen geïmporteerd worden door West-Europese landen onderstreept de absolute ernst van die zin.
Een democratisch handelsblok
Zorgelijk is daarnaast dat het democratische gehalte van de wereld snel afneemt. Democratieën moeten daarom niet wachten met het vormen van een eigen economisch en strategisch blok. Ook de Verenigde Staten horen daar niet meer vanzelfsprekend bij. Ze gebruiken digitale infrastructuur, wapens en steun aan Oekraïne steeds openlijker als economische en politieke drukmiddelen. Hun aanspraken op Groenland en dreigementen tegen Canada maken duidelijk dat ook een formele democratie zich imperialistisch kan gedragen.
Congress, get your dog on a leash!
Trump is niet alleen het probleem. Het Congres kan hem begrenzen en uiteindelijk afzetten, maar kiest ervoor dat niet te doen. Daarmee staan ook het Huis, de Senaat en een groot deel van de kiezers achter deze koers, of accepteren de koers. Mocht je verwachten dat alles na Trump vanzelf weer normaal wordt, dan verwar je het gezicht van het probleem met het onderliggende systeem dat het allemaal mogelijk maakt.
De grens van zo'n blok moet daarom niet worden bepaald door oude bondgenootschappen, maar door gedrag. Alleen landen die de rechtsstaat, vrije verkiezingen, nationale soevereiniteit en wederkerige handel werkelijk respecteren, kunnen eraan deelnemen. Daarbinnen kan vrij worden gehandeld; daarbuiten blijft handel mogelijk, maar zonder strategische afhankelijkheid.
Een bruikbaar beginpunt is de Democracy Index 2025 van The Economist. Die rekent slechts 26 landen tot volwaardige democratieën. Zo'n ranglijst is niet alleszeggend, maar maakt wel duidelijk dat vrije verkiezingen alleen onvoldoende zijn. Ook rechtsstaat, persvrijheid, scheiding der machten, bestuurlijk functioneren en democratische cultuur moeten meetellen. Natuurlijk is die index slechts een grove mal, de praktijk bevat meer criteria, maar voor een begin geeft het een goed beeld van over wie we het wel en niet hebben.
En ja, dat betekent ook dat de Europese Unie niet als één democratisch geheel door de mal past. EU-lidmaatschap is geen blijvend keurmerk. Hongarije laat zien dat een lidstaat verkiezingen kan behouden terwijl tegelijkertijd rechtsstaat, persvrijheid en onafhankelijke instituties verzwakken. Een democratisch handelsblok moet daarom dwars door bestaande verdragen en bondgenootschappen heen durven snijden. Landen die onder de grens zakken, verliezen toegang tot besluitvorming, subsidies, gevoelige technologie en strategische infrastructuur.
Naast kernleden kunnen er kandidaatleden en handelspartners bestaan. Landen als Oekraïne en Moldavië verdienen bescherming en hulp, maar zijn nog te zwak om de democratische kern te dragen. Landen als België en Italië zullen toch net even een stapje harder moeten gaan lopen om hun democratie op te poetsen. Samenwerking blijft mogelijk, alleen strategische afhankelijkheid wordt voorbehouden aan landen die democratisch betrouwbaar zijn en dat ook blijven.
Het democratische kernblok
Het lijstje zou er dan voorlopig zo uitzien:
- Europa: Oostenrijk, Tsjechië, Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Duitsland, Griekenland, IJsland, Ierland, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Portugal, Spanje, - Zweden, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk.
- Amerika: Canada, Costa Rica en Uruguay.
- Azië en Oceanië: Australië, Japan, Nieuw-Zeeland en Taiwan.
- Afrika: Mauritius.
Dat zijn de 26 landen die The Economist momenteel als volwaardige democratieën aanmerkt. De samenstelling is niet definitief: democratische betrouwbaarheid moet voortdurend opnieuw worden bewezen.
Een militair kernblok
Oekraïne laat zien dat losse partnerschappen nog geen pact vormen. Er zijn talloze samenwerkingsverbanden voor drones, munitie en wapensystemen, maar een gezamenlijke rode lijn en automatische wederzijdse verdediging ontbreken. Ook de NAVO blijkt kwetsbaar zodra één machtige lidstaat onbetrouwbaar wordt.
Het democratische kernblok moet daarom ook een defensief kernblok vormen. Strategische afhankelijkheid van landen buiten die 26 blijft immers afhankelijkheid, ook wanneer het om bondgenoten gaat. Het blok moet zelfstandig vliegtuigen, raketten, drones, munitie, satellieten en digitale systemen kunnen ontwikkelen en produceren. Een toestel als de Franse Rafale laat zien dat dit mogelijk is. Zonder autonome defensie blijft politieke autonomie uiteindelijk voorwaardelijk.
Minstens zo belangrijk is autonomie van informatie. Europa is voor satellietbeelden, doeldetectie, waarschuwingen en coördinatie op het slagveld nog sterk afhankelijk van de Verenigde Staten. De benodigde kennis en hardware zijn binnen de 26 democratieën grotendeels aanwezig; wat ontbreekt is een zelfstandig, geïntegreerd informatiesysteem. Zonder eigen ogen, oren en verbindingen blijven zelfs eigen wapens afhankelijk van andermans toestemming.
Stop financiële infiltratie
"Echt Nederlands"
Een aantal jaren geleden kocht ik een kaasschaaf van Boska. Een Nederlands product, dat voelt altijd goed. Op de verpakking stond echter "Made in China", waarna dat vaderlandse gevoel weer een flinke dreun kreeg. In 2026 werd Boska overgenomen door Royal Delft, producent van Delfts blauw en grotendeels in handen van Nederlands familiekapitaal. Niet om het merk leeg te melken, maar om het verder te laten groeien. Geestig is dat de combinatie een kaasschaaf oplevert met een Delfts blauw keramisch handvat. Zo blijven kapitaal, ontwerp, merk en een deel van de productie binnen een democratische economie. Volledig Nederlands is zo'n product door internationale grondstoffen en onderdelen waarschijnlijk nooit. Maar dit laat wel zien hoe het zou moeten: produceren waar dat zinvol is, zonder de zeggenschap over kapitaal, kennis en merken uit handen te geven.
Soevereiniteit wordt niet alleen bedreigd door buitenlandse legers of strategische import, maar ook door niet-democratisch kapitaal dat zich ongemerkt in een samenleving inkoopt. Buitenlandse staatsfondsen, bedrijven en schimmige investeerders verwerven niet alleen havens, energiebedrijven en technologie, maar ook woningen, dierenartspraktijken en kinderdagverblijven. Zo ontstaat politieke en maatschappelijke invloed zonder verkiezingen of publieke controle. Een democratisch kernblok moet daarom de herkomst van kapitaal zichtbaar maken en niet-democratisch geld weren uit essentiële infrastructuur, kennis en publieke voorzieningen.
Een tweede industriële revolutie
Foe-shoring
Offshoring heeft democratieën aanvankelijk veel opgeleverd: goedkope producten, hogere bedrijfswinsten, lage inflatie en ruimte voor een kenniseconomie. Een deel van de werkelijke kosten werd echter uitgesteld en afgewenteld. Productiekennis verdween, strategische afhankelijkheden groeiden en vervuiling en slechte arbeidsomstandigheden werden naar elders verplaatst. Je zou mogen zeggen dat de producten goedkoop waren omdat een deel van de rekening pas later kwam. Bedrijven binnen het democratische kernblok zullen hun productie en andere strategische activiteiten weer binnen het kernblok moeten onderbrengen. Dit wordt reshoring en friendshoring genoemd: productie wordt teruggebracht naar het eigen land of verplaatst naar een land binnen het democratische kernblok.
Neem een Nederlands bedrijf dat zijn producten goedkoop in China laat maken en hier alleen ontwerp, marketing en verkoop doet. Bij reshoring moet het opnieuw investeren in fabrieken, machines, vakkennis en personeel. De kostprijs stijgt, tenzij automatisering het loonverschil grotendeels opvangt. Het bedrijf moet dus kiezen tussen hogere prijzen, lagere winstmarges of een eenvoudiger product.
Voor de soevereiniteit is dat juist de winst. Nederland haalt niet alleen productie terug, maar ook kennis, gereedschappen, onderhoud en het vermogen om zelfstandig te blijven leveren. Dat gaat veel verder dan het terughalen van enkele fabrieken. Democratieën moeten complete productieketens opnieuw opbouwen, van hoogovens en chemie tot machinebouw, elektronica en grondstoffenverwerking, liefst met democratisch kapitaal.
Dat zal aanvankelijk botsen met klimaat- en stikstofdoelen. Productie die eerder buiten beeld in China of andere lagelonenlanden plaatsvond, verschijnt weer in onze eigen statistieken. Die zichtbare uitstoot is niet simpelweg nieuwe vervuiling, maar vooral vervuiling die eerder buiten onze eigen statistieken en politieke verantwoordelijkheid viel.
Producten uit het democratische kernblok zullen vaak duurder zijn dan producten uit landen waar lonen, milieueisen en politieke vrijheden op een lager niveau liggen of de staat de productie subsidieert. Zonder correctie blijven onze bedrijven daardoor concurreren tegen omstandigheden die we binnen onze eigen democratieën niet accepteren. Invoerheffingen moeten dat kunstmatige prijsverschil compenseren en tevens de kosten van vervuiling, staatssteun en strategische afhankelijkheid in de importprijs opnemen.
Reshoring is daarmee geen simpele verhuizing van arbeid, maar het opnieuw opbouwen van verdwenen productiekracht. Het vraagt om niets minder dan een tweede industriële revolutie: zo schoon mogelijk, maar zonder onze zelfstandigheid opnieuw weg te organiseren.