Een ruwe denkrichting voor de discussie
Stel dat de sterkste democratieën besluiten een eigen defensie-alliantie te vormen. Zonder de Verenigde Staten en zonder landen die nu wel bondgenoot zijn, maar niet tot de volwaardige democratieën behoren.
Wat is dan onze eerste reactie?
Interessant - laten we onderzoeken hoe dat zou kunnen werken?
Of:
Onmogelijk - want we hebben de NAVO en de Europese Unie al?
Dat verschil in reactie is essentieel. Beschouwen we de bestaande organisaties als hulpmiddelen die aan veranderende omstandigheden moeten worden aangepast, of als onveranderlijke onderdelen van een werkelijkheid?
Wie over de toestand in de wereld wil nadenken, moet onderscheid maken tussen wat noodzakelijk is en wat alleen door systeemgewenning vanzelfsprekend is geworden.
Democratie letterlijk nemen
Democratie begint bij de burger. Die verleent via verkiezingen politieke macht aan volksvertegenwoordigers. Dat is het democratische mandaat. Andere organisaties kunnen deskundig, invloedrijk en waardevol zijn, maar ontlenen daaraan geen democratisch mandaat.
In Nederland loopt de bestuurlijke opdracht in essentie van:
burger → Tweede Kamer → regering → departementen.
De burger kiest de Tweede Kamer. Een regering kan alleen functioneren zolang er voldoende parlementair vertrouwen is. Ministers sturen vervolgens hun departementen aan en leggen over hun handelen verantwoording af.
Daarnaast bestaan staatsorganen en organisaties met wetgevende, controlerende, adviserende, juridische of maatschappelijke taken. Zij kunnen waardevol en zelfs onmisbaar zijn, maar invloed, deskundigheid, toezicht en democratisch mandaat zijn verschillende zaken.
Wanneer we dat onderscheid niet meer scherp maken, wordt uiteindelijk alles "democratisch" genoemd. Dan kunnen we ook niet meer goed bepalen welke staten werkelijk democratisch zijn en welke landen wij zonder voorbehoud toegang willen geven tot onze militaire, economische en digitale infrastructuur.
Een veiligheidsalliantie van democratieën moet daarom beginnen met landen waarin de burger daadwerkelijk de politieke macht kan verlenen, controleren en weer afnemen.
Niet meer geld, maar een andere defensie
Bij een toenemende dreiging klinkt bijna automatisch de roep om meer geld voor Defensie. Maar voordat wij meer geld in bestaande organisaties, doctrines en wapensystemen steken, moet een fundamentelere vraag worden gesteld:
Hebben wij nog wel de juiste krijgsmacht?
De oorlog in Oekraïne laat zien dat drones niet zomaar een nieuw wapensysteem naast bestaande wapens zijn. Drones veranderen verkenning, communicatie, commandovoering, logistiek, artillerie, luchtverdediging en de verhouding tussen kosten en militaire effectiviteit.
Robert Brovdi, beter bekend als Magyar, waarschuwt vanuit de Oekraïense gevechtspraktijk dat de NAVO-landen niet klaar zijn voor een drone-oorlog. Oekraïne wordt dagelijks aangevallen met honderden relatief goedkope aanvalsdrones, soms gecombineerd met grote aantallen raketten. Geen westerse krijgsmacht kan dat langdurig en economisch verantwoord bestrijden met uitsluitend traditionele luchtverdedigingsmiddelen.
Daarop past niet het antwoord: méér geld naar dezelfde krijgsmacht.
Het antwoord moet zijn:
- nieuwe doctrines;
- een andere organisatie;
- korte ontwikkel- en productiecycli;
- massaproductie van goedkope systemen;
- goedkope verdediging tegen goedkope aanvalsmiddelen;
- snelle verwerking van ervaringen vanaf het slagveld;
- en een industrie die tijdens een conflict onmiddellijk kan opschalen.
Oekraïne moet daarbij niet als hulpontvanger aan de zijlijn staan, maar als een van de belangrijkste kennisdragers aan de ontwerptafel zitten. Het land kan kennis en systemen leveren, maar kan straks niet heel Europa van ervaren militairen voorzien. Wij moeten die kennis dus nu opnemen.
We konden het weten
Op 5 juni 2023 stuurde ik de Vaste Kamercommissie voor Defensie een brief over de grote Oekraïense behoefte aan goedkope verkennings- en aanvalsdrones.
Aanleiding was een oproep van diezelfde Magyar om donaties. Zijn eenheden hadden drones nodig die enkele honderden tot enkele duizenden euro's kostten. Het ontbreken daarvan kostte Oekraïense militairen aantoonbaar het leven. Terwijl Europa sprak over grote en kostbare wapensystemen, moesten Oekraïense commandanten via YouTube en sociale media geld inzamelen voor middelen die de dagelijkse gevechtsvoering al aan het veranderen waren.
Mijn vraag aan de commissie was eenvoudig: kan de Nederlandse regering dergelijke verzoeken niet structureel ondersteunen en waar kan een Oekraïense commandant zo'n verzoek indienen?
Er kwam geen antwoord dat tot iets herkenbaars leidde.
Tot op de dag van vandaag wordt op sociale media geld ingezameld voor stroomkabels, banden, generatoren, tourniquets en andere elementaire benodigdheden. Niet omdat deze middelen zeldzaam of onbetaalbaar zijn, maar omdat ons omvangrijke hulpsysteem kennelijk niet in staat is ze betrouwbaar te leveren waar ze nodig zijn.
Dat is geen tekort aan geld of goede wil, maar een systeemfout. Hetzelfde systeem dat de betekenis van drones te laat onderkende, slaagt er jaren later nog altijd niet in eenvoudige signalen vanaf de werkvloer om te zetten in tijdige bevoorrading.
Het belang daarvan ligt niet in die ene brief of in de vraag wie achteraf gelijk had. De brief toont aan dat de informatie beschikbaar was, rechtstreeks uit de gevechtspraktijk kwam en het democratische systeem bereikte.
Vervolgens verdween die informatie uit het zicht.
Hier zien we drie structurele problemen samenkomen:
Systeemgewenning: een nieuwe oorlog wordt beoordeeld vanuit de organisaties, doctrines en aanschafprocedures van gisteren.
Voortschrijdende vergetelheid: vroege signalen verdwijnen in archieven zonder later te worden teruggehaald en aan nieuwe ontwikkelingen te worden getoetst.
Falende democratische kennisoverdracht: informatie bereikt de volksvertegenwoordiging, maar wordt niet aantoonbaar omgezet in een levend dossier dat burgers, Kamerleden, regering, departementen en krijgsmacht door de tijd heen met elkaar verbindt.
De NAVO-landen konden de drone-oorlog zien aankomen, maar hebben hun krijgsmachten er niet tijdig op ingericht.
Het vermogen om het kader te bekritiseren
Officieren zijn streng geselecteerd op hun vermogen om snel te leren en verbanden te leggen. In termen van Learn, Associate, Criticise, Act scoren zij noodzakelijkerwijs hoog op Learn en Associate.
Op Criticise en Act was die selectie niet gericht. Binnen een militaire commandostructuur zijn die eigenschappen bovendien begrensd. Kritiek houdt op waar het bevel geldt en handelen vindt plaats binnen de ruimte die command and control daarvoor laat.
Buiten die commandostructuur ligt dat anders. De kennis en het analytische vermogen zijn gebleven, maar kunnen nu worden gebruikt om ook het kader zelf te bekritiseren.
De wezenlijke vraag is daarom niet hoe wij de NAVO kunnen repareren. De vraag is welke veiligheidsarchitectuur de democratieën onder de huidige omstandigheden nodig hebben.
Misschien kunnen bestaande structuren, mensen en middelen worden hergebruikt. Maar de denkrichting mag niet vooraf worden beperkt door de noodzaak een bestaande organisatie in stand te houden.
Niet het voortbestaan van de NAVO moet vooropstaan, maar de verdediging van onze democratieën.
Een Democratic Alliance
De sterkste democratieën zouden samen een nieuwe Democratic Alliance - DA moeten vormen.
Niet geografie, historisch bondgenootschap of lidmaatschap van NAVO of EU bepaalt wie kan deelnemen, maar aantoonbare en duurzame democratische kwaliteit.
De DA begint met een kleine, sterke kern. Landen die politiek stabiel zijn, de democratische rechtsorde daadwerkelijk onderschrijven en bereid zijn verantwoordelijkheid te dragen. Toetreding volgt pas wanneer een land duurzaam aan duidelijke criteria voldoet. Democratische terugval moet consequenties hebben voor toegang tot de besluitvorming, technologie en infrastructuur van de alliantie.
De DA is daarom geen uitsluitend Europees project. Sterke democratieën in Azië, Oceanië en Noord- en Zuid-Amerika behoren tot dezelfde politieke gemeenschap. Wat deze landen verbindt is fundamenteler dan hun ligging: burgers verlenen politieke macht en kunnen haar via verkiezingen weer afnemen.
De alliantie verdedigt niet alleen grondgebied, maar het vermogen van democratieën om zelfstandig te blijven bestaan.
Niet Trump, maar het systeem achter Trump
De onbetrouwbaarheid van de Verenigde Staten kan niet uitsluitend aan Donald Trump worden toegeschreven.
Een democratie die haar veiligheid afhankelijk maakt van één Amerikaanse verkiezing, heeft haar eigen verantwoordelijkheid echt verwaarloosd. Bovendien blijken het Congres, politieke partijen, overheidsorganisaties en een groot deel van de Amerikaanse bevolking bereid om die structurele onbetrouwbaarheid te accepteren.
Achter Poetin staat een netwerk van criminelen. Zijn macht wordt gedragen door de siloviki, veiligheidsdiensten, economische (eigen) belangen en een politieke cultuur waarin imperialisme en onderdrukking kan gedijen.
Wie uitsluitend naar Trump en Poetin kijkt, onderschat de systemen die hen voortbrengen.
Samenwerking met de Verenigde Staten blijft wenselijk. Afhankelijkheid van de Verenigde Staten niet.
Artikel 5 is geen automatische verdediging
Artikel 5 van het NAVO-verdrag verplicht ieder lid om na een aanval de maatregelen te nemen die het zelf noodzakelijk acht. Dat kan gewapend optreden omvatten, maar het artikel bevat geen automatische militaire reactie die losstaat van nationale politieke besluitvorming.
Zolang politieke wil en onderling vertrouwen bestaan, kan die formulering voldoende zijn. Maar wanneer de betrouwbaarheid van de belangrijkste militaire partner onzeker wordt, dan wordt het verschil tussen enerzijds een verdragsbelofte en anderzijds gegarandeerde verdediging pijnlijk duidelijk.
De DA moet dat anders organiseren. Niet uitsluitend een belofte om elkaar na een aanval te raadplegen en vervolgens nationaal te bepalen wat noodzakelijk is, maar de verdediging vooraf vastleggen en organiseren:
- gezamenlijke commandovoering
- vooraf toegewezen eenheden
- gemeenschappelijke informatiesystemen
- beschikbare voorraden
- voorbereide productiecapaciteit
- geoefende besluitvorming
- en een geloofwaardige militaire reactie die niet door één deelnemer kan worden geblokkeerd.
De NAVO belooft verdediging. De DA garandeert dat die verdediging ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd.
Nul kritieke afhankelijkheid
Het eerste strategische doel van de DA moet zijn: alle kritieke afhankelijkheid van de Verenigde Staten en andere externe machten terugdraaien tot nul.
Dat geldt allereerst voor de militaire informatievoorziening. Een zelfstandige alliantie kan niet afhankelijk zijn van Amerikaanse satellieten, inlichtingen, cloudsystemen, navigatie, communicatie, software of toestemming om wapensystemen te gebruiken.
Maar werkelijke soevereiniteit gaat veel verder.
Als je voor wapens, chips, grondstoffen, energie, medicijnen, digitale infrastructuur of voedsel afhankelijk bent van anderen, dan kan je jouw democratie alleen verdedigen zolang die anderen dat toestaan.
De DA moet zich als geheel kunnen bedruipen:
- satellieten, ISR en beveiligde communicatie
- navigatie en doelinformatie
- cloud, software en digitale infrastructuur
- chips en de volledige productieketen daaromheen
- lithografische technologie, waaronder de kennis en systemen rond ASML
- zeldzame aardmetalen en andere strategische grondstoffen
- energie en brandstoffen
- geneesmiddelen en medische hulpmiddelen
- voedsel, water en kunstmest
- transport, havens en betalingsverkeer
- defensie-industrie en strategische voorraden
Niet ieder land hoeft alles zelf te kunnen produceren. Maar de DA als geheel moet dat wel kunnen.
Van ASML tot aardappelen: alles wat nodig is om langdurig zelfstandig te functioneren, behoort tot de veiligheidsarchitectuur.
Een publieke industriële basis
Strategische productie kan niet volledig worden overgelaten aan ondernemingen die noodzakelijkerwijs worden gestuurd door rendement, kwartaalcijfers en aandeelhouderswaarde.
Defensiebedrijven, chipproductie, satellietsystemen, energievoorziening en andere kritieke infrastructuur mogen daarom gedeeltelijk of volledig publiek worden georganiseerd. Dat kan via gouden aandelen, gezamenlijke meerderheidsbelangen of ondernemingen die volledig eigendom zijn van de deelnemende landen.
Ook de herkomst van kapitaal is van belang. Aandeelhouders brengen niet alleen geld binnen, maar krijgen daarmee zeggenschap, toegang tot kennis en invloed op strategische besluiten. Kapitaal uit landen zonder democratische controle is daarom niet politiek neutraal en hoort niet thuis in ondernemingen die essentieel zijn voor de veiligheid van de DA.
Gezamenlijke standaarden, inkoop en productie moeten voorkomen dat de DA uit tientallen nationale defensiemarkten en incompatibele systemen gaat bestaan.
De doorslaggevende vraag is niet of deze organisatie volledig marktconform is. De vraag is of de democratieën tijdens een crisis zelf over hun productiecapaciteit kunnen beschikken.
Intermezzo - De Staatse Affuitmakerij
Nederland richtte in 1679 de Staatse Affuitmakerij op. De onderneming groeide later uit tot de Artillerie-Inrichtingen en uiteindelijk Eurometaal. Meer dan drie eeuwen later, in 2003, sloot Eurometaal en verdween de laatste Nederlandse munitiefabriek. In 2026 ontstond een particulier initiatief om onder de historische naam opnieuw munitie in Nederland te produceren.
Privatisering en sluiting leken verdedigbaar zolang grootschalige oorlog onwaarschijnlijk werd geacht. Nu Nederland opnieuw eigen productiecapaciteit nodig heeft, blijkt hoe gemakkelijk strategische kennis kan verdwijnen en hoe moeizaam die kennis terugkeert. Je kan een fabriek sluiten zodra die niet meer rendeert, maar nationale veiligheid kan niet wachten tot heropening weer winstgevend wordt.
Wat onmisbaar is voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde, mag niet afhankelijk zijn van de bereidheid van een commerciële leverancier, een buitenlandse aandeelhouder of een potentieel vijandige staat.
Een eigen nucleaire afschrikking
Een zelfstandige alliantie vereist uiteindelijk ook zelfstandige nucleaire afschrikking.
Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk beschikken al over kernwapens. Hun capaciteit kan het uitgangspunt vormen voor een gezamenlijke DA-doctrine en een expliciete afschrikkingsgarantie voor de deelnemende landen.
Dat betekent niet dat ieder land eigen kernwapens moet krijgen. Het betekent wel dat de deelnemers gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor financiering, beveiliging, politieke controle en verdere ontwikkeling van de afschrikking.
De besluitvorming daarover vereist uitzonderlijk zorgvuldige waarborgen. Maar de principiële vraag is eenvoudig: kan een zelfstandige alliantie voor haar uiterste verdediging afhankelijk blijven van een land dat zij niet langer volledig betrouwbaar acht?
Het antwoord is nee.
Rusland is slechts de eerste stresstest
Rusland toont onze militaire kwetsbaarheid. China kan onze volledige maatschappelijke afhankelijkheid blootleggen.
De Chinese economie, bevolking en industriële capaciteit zijn vele malen groter dan die van Rusland. Een confrontatie met China wordt niet uitsluitend met fregatten, vliegtuigen en raketten uitgevochten. Zij raakt grondstoffen, chips, telecom, havens, data, energie, betalingsverkeer, productieketens en politieke beïnvloeding.
Tegen Rusland moeten wij ons militair kunnen verdedigen.
Tegen China moet de democratische wereld zelfstandig kunnen blijven functioneren.
De DA moet daarom tegelijk een defensiealliantie, industrieel blok, digitale rechtsorde en economische veiligheidsgemeenschap zijn.
De JEF als praktische kiem
De Joint Expeditionary Force laat zien dat militaire samenwerking zonder de Verenigde Staten mogelijk is. De JEF verenigt het Verenigd Koninkrijk, Nederland, de Noordse landen en de Baltische staten en beschikt al over concrete militaire samenwerking en gezamenlijke inzetbaarheid.
Daarmee kan de JEF dienen als operationele kiem voor de DA.
De JEF is echter niet zonder meer de politieke kern van de nieuwe alliantie. Niet alle JEF-landen behoren tot de volwaardige democratieën, terwijl veel sterke democratieën buiten de JEF liggen.
Gebruik dus wat al werkt, maar laat het eindmodel niet bepalen door de toevallige samenstelling van een bestaand verband.
NAVO en EU zullen zich verzetten
Zowel de NAVO als de Europese Unie zal een Democratic Alliance waarschijnlijk als concurrent beschouwen.
De NAVO zal waarschuwen voor duplicatie, versnippering en verzwakking van het bestaande bondgenootschap. De EU zal moeite hebben met een organisatie die landen selecteert op democratische kwaliteit in plaats van geografisch en juridisch EU-lidmaatschap.
Ook departementen, krijgsmachtdelen, defensiebedrijven en lobbyorganisaties zullen bestaande verantwoordelijkheden, budgetten en posities verdedigen. Organisaties beoordelen nieuwe ideeën nooit uitsluitend op inhoud, maar ook op de gevolgen voor de eigen invloed en het voortbestaan.
Die weerstand maakt de DA niet overbodig maar illustreert juist goed waarom vernieuwing moeilijk vanuit bestaande structuren kan ontstaan.
De DA zal bovendien botsen met onderdelen van de Europese interne markt. Een gezamenlijke strategische industrie en digitale infrastructuur kunnen niet via één minder betrouwbaar EU-land alsnog toegankelijk worden voor externe machten.
Wanneer vrij verkeer van goederen, kapitaal, technologie of data de veiligheid van de DA ondermijnt, moeten de deelnemende EU-landen gezamenlijk verandering afdwingen. De Europese Unie moet zich dan aan de nieuwe veiligheidswerkelijkheid aanpassen, niet andersom.
De DA kan aanvankelijk naast NAVO en EU ontstaan en bruikbare onderdelen ervan benutten. Maar de DA moet zelfstandig kunnen besluiten en handelen. Anders ontstaat opnieuw afhankelijkheid van de organisaties waarvan de DA de beperkingen nu juist probeert te doorbreken.
De werkelijke keuze
De keuze is niet tussen trouw aan de NAVO en roekeloze afbraak ervan. Ook niet tussen meer of minder geld voor Defensie.
De werkelijke keuze is:
Blijven wij onze veiligheid baseren op organisaties, afhankelijkheden en wapensystemen uit het verleden, of bouwen de sterkste democratieën gezamenlijk een nieuwe veiligheidsorde met één doel: onder alle omstandigheden zelfstandig blijven bestaan?
Een democratie die zichzelf niet kan voeden, informeren, bewapenen en digitaal besturen, bestaat uiteindelijk bij toestemming van anderen.
De sterkste democratieën beschikken gezamenlijk over de kennis, economie, technologie, bevolking en militaire capaciteit om die afhankelijkheid te beëindigen. Wat ontbreekt is niet het vermogen, maar de bereidheid om bestaande dogma's los te laten.
Niet méér geld naar gisteren, maar een andere organisatie voor morgen.
Niet de Verenigde Staten als onmisbare spil, maar samenwerking tussen zelfstandige partners.
Niet het behoud van organisaties als doel, maar het voortbestaan van de democratieën waarvoor die organisaties ooit werden opgericht.
De NAVO behoort tot de wereld die verdwijnt. Het is tijd voor een alliantie waarin democratieën hun veiligheid en voortbestaan niet langer aan anderen overlaten.