Strafrecht voor namaak: wat Brussel hier eigenlijk zegt
Kader (2025)
Deze tekst is een herziene versie van een stuk uit 2007, geschreven in de tijd van de strijd tegen softwarepatenten. De toon is afgekoeld, maar de kern is actueler dan ooit: Europese regels worden gebruikt om strafrecht in te zetten voor marktbelangen, terwijl lobbyisten van farmacie en entertainment achter de schermen duwen. Wat toen gold voor namaak en piraterij, zie je nu terug bij data, digitale diensten en platformmacht. Daarom deze bijgewerkte versie.
In 2006 schreef de Europese Commissie een brief aan de Tweede Kamer over de bestrijding van namaak en piraterij. Vice-president Franco Frattini reageerde op Nederlandse vragen over een richtlijn waarmee in heel Europa strafrechtelijke sancties voor inbreuk op intellectuele eigendomsrechten zouden worden gelijkgetrokken.
Wie goed kijkt naar wat productontwikkeling werkelijk is zal ontdekken dat innovatie neerkomt op het volgende:
"99% imitation + 1% new ideas = 100% innovation."
We bouwen altijd voort op wat we al hebben, dat is het denkraam. Imitatie plus een snufje nieuwigheid als volwaardige innovatie, zoals bijna elke auto vier wielen heeft maar toch een snufje anders is, onze economie is er groot mee geworden. Het is niet vreemd dat de lat voor strafrechtelijk ingrijpen vooral wordt gelegd bij de bescherming van bestaande rechten, niet bij echte vernieuwing of maatschappelijke schade.
"Namaak maakt vandaag de dag een niet verwaarloosbaar deel van de misdaadeconomie uit. De omvang ervan wordt geraamd op 3 tot 9% van de internationale handel."
en
"Voor misdaadorganisaties is deze vorm van productie een ideale entree op de afzetmarkt geworden. Dit noopt dus tot een strafwetgeving die deze realiteit weerspiegelt."
Daar zitten een paar problemen in die wél hardop benoemd moeten worden.
-
Inflatie van dreiging
Frattini wijst op "meer dan 1000% toename" van in beslag genomen vervalsingen tussen 1998 en 2004 en op "niet minder dan 800.000 vervalste geneesmiddelen" in 2005. Dat zijn indrukwekkende cijfers, maar ze worden gepresenteerd zonder basis, bandbreedte of onderscheid naar ernst. Allerlei vormen van inbreuk op intellectuele eigendomsrechten - van namaakmedicijnen tot een geprinte dvd - worden op een hoop gegooid tot "misdaadeconomie". Met grove schattingen ("3 tot 9% van de internationale handel") en spectaculaire groeipercentages wordt een sfeer neergezet waarin zwaarder strafrecht nog de enige logische uitweg lijkt. Het verschil tussen gevaarlijke namaak (bijvoorbeeld in de geneesmiddelenketen) en relatief onschuldige vormen van kopiëren verdwijnt uit beeld. -
Strafrecht als instrument van marktbeleid
Frattini beroept zich op een arrest van het Hof van Justitie (zaak C-176/03) om te betogen dat de Gemeenschap bevoegd is strafrechtelijke maatregelen te nemen "wanneer deze maatregelen noodzakelijk zijn om de volledige doeltreffendheid van het Gemeenschapsrecht te verzekeren". Dat arrest ging over milieu. Frattini trekt daaruit de lijn door naar vrijwel alle terreinen van de interne markt en de vier vrijheden.De stap is subtiel maar groot: strafrecht niet als laatste middel van de nationale rechtsstaat, maar als instrument om Europees marktbeleid te "doen slagen". Daarmee verschuift de vraag van: "Wat is zo ernstig dat we er mensen voor opsluiten?" naar: "Wat is nodig om Europese regels maximaal effect te geven?"
-
Een draai aan het subsidiariteitsbeginsel
Over de kritiek uit de Kamer op het subsidiariteitsbeginsel schrijft hij:"Het is paradoxaal dat een optreden op het niveau van de Unie noodzakelijk wordt geacht wanneer het gaat om een handelen op basis van titel VI, terwijl een handelen van de lidstaten voldoende wordt geacht wanneer een optreden van de Gemeenschap wordt overwogen."
Dat is een handige draai: wie bezwaar heeft tegen Brusselse bemoeienis met het nationale strafrecht, wordt weggezet als inconsequent. Terwijl de eigenlijke vraag is: hoort deze vorm van strafrechtelijke harmonisatie wel in Brussel thuis, of moet hier het nationale parlement de eerste en laatste stem houden?
Het punt is niet dat namaak onschuldig zou zijn. Namaak in de geneesmiddelen- en voedselketen kan levens kosten. Maar juist daarom moet helder zijn waar het echt om gaat:
- Welke vormen van namaak vormen een direct gevaar voor gezondheid en veiligheid, en vragen om strafrecht?
- Waar gaat het in de kern om economische belangen van rechthebbenden, die ook anders te beschermen zijn?
- En wie beslist er uiteindelijk over de inzet van het zwaarste middel van de staat: opsluiting?
Achter de technocratische taal over "harmonisering van sancties" en "doeltreffendheid van het Gemeenschapsrecht" zit een politieke keuze: strafrecht en opsporingscapaciteit verder de interne markt in trekken. Dat mag, maar dan wel openlijk besproken. Niet weggestopt in een voetnoot.
Misschien wel de belangrijkste conclusie: er ontstaat een dubbele lock-in: bestaande marktspelers krijgen strafrechtelijke bescherming, terwijl vrijwel elke vorm van nabootsing verdacht wordt gemaakt. Dat botst met hoe innovatie in de praktijk werkt: bijna alles begint met imitatie, niet met een schone lei.