Nederland: vinger op de zere plekken
In deze tekst probeer ik de zere plekken van onze democratie te benoemen. Ze staan niet los van elkaar. Het coalitiedogma, het gebrek aan economische soevereiniteit, de apathie, de verlamming uit angst voor fouten en het ontbreken van een jaarrekening van Nederland: Het zijn symptomen van één groot probleem: niemand voelt zich nog echt aan zet. Dit stuk is geen oplossing, alleen een poging om de plekken zichtbaar te maken. Immers, zonder diagnose geen herstel.
We moeten dit benoemen omdat de "publieke werkelijkheid" is dichtgeslibd. Het gesprek dat een democratie echt nodig heeft, wordt vervangen door dagelijkse afleiding: praatprogramma's die alle kanten uitschieten, sensatienieuws, sportuitslagen, en nieuws zonder diepgang, op zijn best geplakt uit een ANP-persbericht.
Wie daar elke dag in leeft, leert wel te reageren, maar stopt met nadenken. Zo ontstaat een bevolking die wel praat, maar niet begrijpt - en dus ook niet kan bijsturen.
Coalitie als dogma
We doen in Nederland alsof "coalitie en oppositie" de natuurwet van de democratie is. Alsof politiek per definitie een wedstrijd is tussen twee kampen: wie zit erin, wie staat erbuiten. Die karikatuur is zo vaak herhaald dat ze dogma is geworden.
Historisch is samenwerking logisch: met veel partijen heb je geen automatische meerderheid. Maar we zijn een stap verder gegaan: we zijn gaan geloven dat samenwerking alleen kan via een vaste coalitie, een dichtgetimmerd regeerakkoord en een oppositie die structureel buitenspel staat.
Dat dogma sloopt drie dingen tegelijk:
- De Kamer als geheel wordt uitgehold: echte besluiten vallen in coalitieoverleggen en partijtoppen, buiten het zicht van de kiezer. Daardoor is de Kamer niet langer de representatie van de voltallige bevolking.
- Formatie-theater blokkeert voortgang: maanden onderhandelen over partijbelang in plaats van over wat het land echt nodig heeft.
- Het volk wordt gereduceerd tot kampen: "mijn team" tegen "jouw team", terwijl echte meerderheden dwars door partijen heenlopen.
Democratie zou uit moeten gaan van bevolking als geheel en dus de representatieve Kamer ook als één geheel. Niet de vaste coalitie is het centrum, maar de hele zaal van de Kamer. Per onderwerp zoeken partijen een meerderheid op inhoud. Vandaag hier, morgen daar. Geen angst voor fouten, wel de plicht om te besluiten en rekenschap af te leggen.
Een logisch gevolg hiervan: een kabinet wordt benoemd door de voltallige Kamer, niet door een toevallig coalitieclubje. Dat is eerlijker: niet de helft van de stemmen verdwijnt in de oppositiehoek, maar iedere stem telt twee keer mee - zowel bij de verkiezingen als bij de benoeming van het kabinet.
Zolang burgers zelf blijven denken in coalitie vs oppositie, blijft het dogma in leven. Afrekenen met dat dogma moet dus op twee plaatsen gebeuren: én in de Kamer én in ons hoofd.
Economische soevereiniteit
Economische soevereiniteit is het vermogen en het recht van een democratie om de eigen economie te sturen, zodat een gekozen regering kan leveren wat burgers vragen - zonder dat externe partijen de uitkomst kunnen blokkeren of afdwingen.
We hebben daar te weinig grip op. Niet op de kern van onze economie: energie, zorg, data, infrastructuur, chips. Beslissingen vallen op de beurs, bij fondsen en bij buitenlandse staten, niet in de Kamer. De regie ligt voor een belangrijk deel bij pharma, Big Tech, consultants en door lobby's zwaar beïnvloede topambtenaren. Zij bepalen de spelregels: zij fluisteren de minister in wat "haalbaar" is, de politiek mag het achteraf uitleggen. De burger mag betalen en zwijgen.
Democratie vs apathie
Veel mensen haken niet af omdat ze dom of lui zijn, maar omdat ze geen verband meer zien tussen hun stem en de uitkomst. Wie jaar in jaar uit vooral theater en incidenten ziet, leert: "Ze doen toch waar ze zelf zin in hebben".
Die apathie is rationeel - en precies daarom zo gevaarlijk. Een democratie kan best een paar slechte kabinetten hebben, maar niet een bevolking die zich structureel terugtrekt omdat het allemaal een show is en aanvoelt als leugen, als verraad.
Niet ouwenelen maar doen (fouten vs verlamming)
Mede dankzij kijkcijferdrang van media hebben we van fouten maken een doodzonde gemaakt, en van niets doen een veilige keuze.
Maar waar gehakt wordt vallen altijd spaanders. Het zou dus andersom moeten zijn: liever tien keer besluiten en twee keer moeten bijsturen, dan tientallen jaren dralen tot het systeem vastloopt.
Bestuur is geen reputatiespel maar een praktijkvak: uitleggen, doen, meten, bijsturen.
De jaarrekening van Nederland (25.000 per hoofd)
Iedere Nederlander legt grofweg 25.000 euro per jaar in de collectieve pot - of je nu werkt of in de luiers ligt. Dat is geen abstractie, dat is een stevige auto per jaar en daar zou iedereen zich goed bewust van moeten zijn.
Dan mag je een begrijpelijke jaarrekening verwachten: waar is jouw geld naartoe gegaan, wat werkt aantoonbaar, wat niet, en welke pijnlijke keuzes zijn bewust níet gemaakt.
Veel van de grootste problemen zijn bovendien niet van gisteren. Armoede, woningnood, zorg, defensie enzovoorts - ze liggen al decennia op tafel.
Zolang die rekenschap ontbreekt, kan de politiek problemen blijven afkopen met mooie praatjes en af en toe wat miljarden - in plaats van ze echt op te lossen.