Nanos Gigantum Humeris Insidentes 1

type: note | domain: society | topic: misc | lang: nl | pub: 2026-07-05

Je hebt leren lopen, spreken, lezen en schrijven. Je kent verkeersregels, gebruikt elektriciteit, een smartphone en internet. Misschien speel je een muziekinstrument, programmeer je een computer of repareer je een fiets. Geen van die dingen heb je zelf uitgevonden. Je hebt ze geleerd van anderen, die ze op hun beurt weer van anderen leerden. Maar die dingen zijn allemaal zo vanzelfsprekend dat je er niet meer bij stilstaat.

Toch schuilt hierin de belangrijkste eigenschap van de menselijke beschaving: geen enkele generatie begint opnieuw. Iedere generatie bouwt verder op het werk van haar voorgangers.

Dat idee is niet nieuw. Negen eeuwen geleden werd het al samengevat in vier Latijnse woorden: "Nanos Gigantum Humeris Insidentes". Letterlijk: "dwergen, gezeten op de schouders van reuzen". De uitdrukking werd wereldberoemd toen Isaac Newton schreef: "If I have seen further, it is by standing on the shoulders of giants." Vrij vertaald: "Als ik verder heb kunnen kijken, dan is dat doordat ik op de schouders van reuzen stond." Hij verwoordde daarmee in één zin hoe kennis, ervaringen en inzichten van generatie op generatie worden doorgegeven.

Stel je eens voor dat morgen alle boeken verdwijnen. Geen internet, geen scholen, geen leraren, geen bibliotheken. Binnen één generatie zouden we opnieuw moeten ontdekken hoe je een brug bouwt, een ziekte behandelt, een computer maakt of een vliegtuig laat vliegen. Beschaving zit daarom niet alleen in wat we weten, maar vooral in ons vermogen die kennis door te geven aan de volgende generatie.

Dat doorgeven begint al op de eerste schooldag. Een juf leert een kind lezen. Een docent natuurkunde leert een leerling hoe de wereld in elkaar zit. Op de universiteit bouwen studenten voort op het werk van hun hoogleraren. Die hoogleraren leerden weer van hun voorgangers, die op hun beurt voortbouwden op eerdere generaties.

Zo ontstaat een keten die duizenden jaren teruggaat. Niemand bereikt de top alleen; iedereen staat op de schouders van anderen.

Ook Albert Einstein begon niet als Albert Einstein. Hij was eerst een leerling, net als ieder ander. Hij kreeg les van docenten die zelf weer leerlingen waren geweest. Een van de wetenschappers die grote invloed op hem had, was de Nederlandse natuurkundige Hendrik Lorentz. Toen Lorentz overleed, schreef Einstein met zichtbaar respect over de man op wiens werk hij zelf had mogen voortbouwen. Zelfs een van de grootste natuurkundigen uit de geschiedenis erkende dat hij verder kon kijken dankzij degenen die hem voorgingen.

Solvay-conferentie 1927, Op wiens schouders stonden deze Nobelprijswinnaars? Waar zou Einstein zijn zonder Lorentz, waar zou Lorentz zijn zonder juffrouw en meester op de lagere school?

Een van de meest indrukwekkende foto's uit de geschiedenis van de wetenschap werd in 1927 gemaakt tijdens de Solvay-conferentie. Op één groepsfoto staan tientallen natuurkundigen die samen de moderne natuurkunde hebben vormgegeven. Nobelprijswinnaars, hoogleraren en onderzoekers, ieder met hun eigen inzichten en meningsverschillen. Maar wat die foto vooral laat zien, is iets anders: niemand staat daar alleen. Achter ieder gezicht gaan leraren, collega's en voorgangers schuil: die duizenden mensen die niet op de foto staan. En op het werk van vrijwel iedereen op die foto bouwen wetenschappers vandaag de dag nog steeds voort.

Het bewust doorgeven van kennis, vaardigheden en waarden is een fundament van progressie, de vooruitgang van de mensheid. Verder bouwen door op elkaars schouders te staan. Beschaving is dus een estafette. En we zitten middenin die wedstrijd.

We gebruiken een smartphone, steken (sic) het licht aan of rijden over een brug zonder erbij stil te staan dat ieder van die dingen het resultaat is van eindeloze kennisoverdracht. Al die dingen worden door eenieder als vanzelfsprekend ervaren maar dat zijn ze dus zeker niet.

Tijdens deze kennis-estafette zijn we uitgekomen op een T-splitsing:

Uitvinders, schrijvers en onderzoekers mogen tijdelijk worden beloond voor hun werk. Niet omdat kennis een bezit is, maar omdat die beloning de progressie van de mensheid moet bevorderen. De Amerikaanse grondwet verwoordt dat kernachtig: "To promote the Progress of Science and useful Arts…"