Met verdwijnen van eigendom verdwijnt ook controle

type: note | domain: society | topic: democracy-culture | lang: nl | pub: 2025-02-08

In 1918 werd Koninklijke Hoogovens opgericht met een expliciet nationaal doel: Nederland moest zijn eigen staal kunnen produceren. Dat besluit kwam niet voort uit ideologie, maar uit ervaring. De Eerste Wereldoorlog had laten zien dat landen die afhankelijk waren van buitenlandse industrie kwetsbaar waren. Zonder eigen staalproductie kon een land geen infrastructuur bouwen, geen industrie onderhouden en geen materiële continuïteit garanderen.

Staal was geen gewone marktactiviteit. Het was een voorwaarde voor nationale stabiliteit.

De oprichting van Hoogovens was daarom geen commercieel project, maar een strategisch besluit. Nederlandse investeerders en de Nederlandse staat zorgden ervoor dat deze capaciteit binnen nationale invloed bleef. Het besef was helder: sommige fundamenten zijn te belangrijk om volledig aan de markt over te laten.

In de decennia na 1980 veranderde dit denken fundamenteel. Onder invloed van globalisering en het geloof in efficiënte markten ontstond de overtuiging dat eigendom minder belangrijk was dan toegang. Als staal wereldwijd beschikbaar was, leek het niet relevant waar het geproduceerd werd of wie het bezat.

Privatisering werd een instrument van efficiëntie, maar ook een overdracht van controle.

De verkoop van Hoogovens - via Corus - aan Tata Steel in 2007 markeert dit omslagpunt. De staalfabriek in IJmuiden bleef fysiek in Nederland, maar de strategische beslissingsmacht verhuisde naar India. Sindsdien worden investeringen, afbouw en toekomstplannen niet in Nederland bepaald, maar door een buitenlands moederbedrijf.

Dit onderscheid - tussen locatie en controle - is de kern van industriële soevereiniteit.

Een staalfabriek is geen gewone fabriek. Staal vormt de basis van infrastructuur, energie, defensie, machinebouw en transport. Zonder staalproductie bestaat er geen industriële autonomie. Wie staalproductie controleert, controleert in feite de mogelijkheid om een industriële samenleving in stand te houden.

Nederland bezit deze capaciteit niet langer. De fabriek staat op Nederlands grondgebied, maar is geen Nederlands bezit. De strategische toekomst ervan wordt elders bepaald.

Dit patroon is breder zichtbaar. De sluiting van aluminiumsmelter Aldel in Delfzijl toont hoe industriële capaciteit kan verdwijnen zonder dat er een nationale strategie bestaat om haar te behouden. Wat verloren gaat, is niet alleen productie, maar kennis, infrastructuur en het vermogen om zelfstandig te opereren.

Andere landen hebben dit anders aangepakt. Duitsland heeft structurele nationale invloed behouden in cruciale industrieën. Bedrijven als Salzgitter zijn verankerd met staatsdeelname, waardoor strategische controle behouden blijft, ook binnen een markteconomie. Dit model erkent dat sommige sectoren niet alleen economisch, maar ook maatschappelijk van fundamenteel belang zijn.

Dit verschil is geen toeval, maar het gevolg van een blijvend besef.

Nederland begreep dit eerder. Hoogovens werd opgericht vanuit het inzicht dat een land zijn eigen fundamenten moet kunnen dragen. Dat besef is in de loop van de tijd vervaagd. Industriële capaciteit werd behandeld als verhandelbaar bezit, niet als strategische infrastructuur.

De gevolgen daarvan worden pas zichtbaar wanneer beslissingen over die capaciteit niet langer nationaal worden genomen.

Nederland is van Nederlanders. Maar belangrijker is het besef dat de fundamenten van Nederland onder Nederlandse verantwoordelijkheid moeten blijven. Dat is geen ideologische keuze, maar een bestuurlijke noodzaak.

Het begint met het opnieuw herkennen, en vooral erkennen, van wat fundamenteel is, en het besef dat eigendom en verantwoordelijkheid uiteindelijk niet los van elkaar kunnen bestaan.

Eigendom bepaalt. Zonder eigendom bestaat geen controle. In het geval van maatschappelijk kritische processen zonder eigendom is economische soevereiniteit een farce. Nexperia bewijst dat. Herstel begint waar eigendom weer wordt gezien als een voorwaarde voor soevereiniteit. Een land dat dat vergeet, geeft zijn toekomst uit handen, zo leert de praktijk van de 21e eeuw.