Kamer op de schop
Een parlement vertegenwoordigt burgers, geen partijen. Partijen zijn gereedschap, geen doel. De morele opdracht van Kamerleden is om het algemeen belang te dienen, boven hun partijbelang.
Coalities zijn geen natuurwet maar een gevolg van het kiessysteem en de versnippering. Ze kunnen nuttig zijn als tijdelijk gereedschap voor stabiliteit, maar hebben geen eigen bestaansrecht. Blokken en ruilhandel blijven toch wel bestaan, ook zonder formele coalitie.
Als je teruggaat in de tijd dan zie je hoe dit patroon een overblijfsel is van de verzuiling. De katholieke, protestantse en socialistische zuilen waren van nature al in kampen verdeeld. Oude mannen in rookkamers verdeelden de macht: intern discipline, naar buiten toe enigszins geregisseerde tegenstellingen. Vandaag is een deel van die reflex gebleven, maar de sociale basis is weg. Wat overblijft is denken in kampen: polarisatie zonder zuil en zonder rem.
Zwart-wit gesteld: coalitie versus oppositie vergroot polarisatie. Het nodigt partijen uit om elkaar klem te zetten in kampen in plaats van samen problemen op te lossen. Dat leidt tot meer schijnconflict en minder inhoud. De belangrijke dingen - armoedekloof, huisvesting, structurele aanpak van economische soevereiniteit - blijven liggen, al decennia lang.
Een andere route tekent zich af: de Kamer wordt gekozen, de Kamerleden worden beëdigd, en vervolgens kiest de voltallige Kamer een ministerploeg. Niet als verlengstuk van een coalitie, maar als bestuur dat aan het hele parlement verantwoording aflegt en anderzijds juist van dat hele parlement de steun en de instructies krijgt.
Ministers zouden idealiter partijloos zijn, of hun pet afzetten zodra ze aantreden. Voormalig minister-president Schoof laat zien dat dit kan werken: besturen boven de partij, met de gehele Kamer als plek om consensus te zoeken en tegelijkertijd bestuur van ministeries te controleren.
Het doel verschuift dan van coalitie-denken naar inhoudelijke consensus: per onderwerp zoeken naar meerderheden waarbij de best mogelijke oplossing wordt gedragen door een zo groot mogelijke meerderheid van de bevolking. Tegenstellingen zullen altijd blijven bestaan en dragen, tot op zekere hoogte, bij aan de beeldvorming. Dus geen permanente harmonie, maar wel een structuur die minder polarisatie en meer gezamenlijke verantwoordelijkheid uitlokt.