Edelsmeden: Gloeien uitgelegd

type: note | domain: technology | topic: handcrafting | lang: nl | pub: 2019-06-10

Het is bij edelsmeden een bekende procedure: koud vervormen, gloeien, koud vervormen, gloeien, enzovoorts. Als je zilver of koper verwarmt - gloeit - en laat afkoelen dan wordt het zachter, zodat het bewerkbaar wordt. Door het slaan met een hamer of walsen of anders vervormen wordt het weer hard. Dit heet koudversteviging of "work-hardening" of "Kaltverfestigung".

Wat gebeurt er tijdens dit proces van gloeien?

Tijdens het verwarmen zijn er drie fasen:

Het materiaal bestaat uit kristalkorreltjes met een bepaalde grootte. Dat is onder een microscoop zichtbaar te maken. Zo'n kristalkorreltje is een matrix, een gelijkmatige rangschikking van atomen

Herstelfase

Tijdens het koud vervormen wordt materiaal plastisch en dus blijvend vervormd. Dat is echter niet helemaal waar, want er worden ook spanningen in het materiaal gebracht die elastisch zijn en elastisch blijven bij kamertemperatuur. Bij het verhogen van de temperatuur wordt wat elastisch is plastisch. Dit is makkelijk te verklaren, de elasticiteitsgrens ligt bij de hogere temperatuur lager en dus wordt het elastisch vervormde materiaal - met de bijbehorende interne spanningen - plastisch vervormd. Dit is vooral zichtbaar op de grenzen van de kristallen. Dit is dus spanningsarm gloeien.

Rekristallisatie

Bij een hogere temperatuur worden de vervormde kristallen vervangen door nieuwe kristallen die groeien tot het vervormde kristal volledig geconsumeerd is. Deze nieuwe kristalkorrels bevatten nauwelijks kristalfouten. De ductiliteit of vervormbaarheid is aanzienlijk toegenomen. De snelheid van dit proces neemt toe met de temperatuur maar ook met de vervormingsgraad.

Kristalgroei

Uiteindelijk groeien de korrels verder door elkaar te consumeren. Het aantal korrels wordt minder en de korrelgrootte neemt toe. Om een idee te krijgen van de resultaten: Drie monsters van 99.97% zilver worden 30 minuten gegloeid in een oven op 700, 800 en 900 graden Celsius. De korrelgrootte is daarna respectievelijk 0.017, 0.040 en 0.25 mm. In die laatste temperatuurtrap is er dus aanzienlijke kristalgroei die niet altijd wenselijk is. De vervormbaarheid neemt wat verder toe.

Tot slot