Advies-Wennink in perspectief
Startschot
Wennink en Draghi zien het scherp. Maar zonder extra randvoorwaarden voor eigendom, buffers en anti-rent-seeking dreigt het weer een groeiplan te worden dat vooral kapitaal beschermt. Wij hebben een strategie nodig die onze democratie en haar burgers juist beschermt.
Hij heeft gelijk over de urgentie: geopolitiek is terug, technologie versnelt, energie is een bottleneck, en het bestuur is traag. Maar precies daarom moet je bij elke "miljard-vraag" meteen de tweede vraag stellen: van wie is uiteindelijk dat miljard?
Pluspunten
-
"Chefsache", eindelijk.
Als de minister-president dit niet draagt dan verdwijnt het in ministeries, procedures en verkiezingscycli en vervolgens in een laatje. Langetermijnbeleid dat steeds opnieuw begint is geen beleid.
-
De juiste sectoren op de kaart.
AI, chips, energie- en klimaattechnologie, veiligheid, life-sciences: dit zijn geen "kansrijke thema's" maar strategische kernen. Hier verlies je autonomie of win je haar juist weer terug.
-
Eerlijk over Europa's achterstand.
We concurreren met systemen die wel durven te concentreren: de VS via schaal en kapitaalmarkten, China via staatssturing. Europa is vaak goed in praten zonder daden.
-
De schaal en het tempo worden uitgesproken.
Geen "innovatieagenda" met subsidieconfetti, maar een orde van grootte die aansluit bij Draghi: grootschaligheid of marginaliteit, met de 100-dagenhorizon om tempo af te dwingen.
-
Procedures en stroomnet-congestie als economische rem.
Als een bedrijf jaren wacht op een netaansluiting, is dat geen incident maar een systeemfout. Verduurzaming hapert niet omdat mensen het niet willen, maar omdat de infrastructuur is vergeten naar de klok te kijken.
-
Stabiel beleid als randvoorwaarde.
Investeren doe je niet op basis van een persconferentie. De kernzin is terecht: tien jaar geloofwaardige koers. Dat is precies waar Nederland structureel faalt.
Minpunten en blinde vlekken
-
Groei als alibi voor alles.
Het dogma "we moeten groeien om de verzorgingsstaat te betalen" klinkt logisch, maar kan ook misleidend zijn. Iedere Nederlander draagt al grofweg 25.000 euro per jaar af aan collectieve uitgaven. De eerste vraag is niet "hoe krijgen we 0,6% extra groei", maar "wat kopen we nu eigenlijk voor dat geld, en wat niet?"
-
Vertrouwensbreuk met bedrijven wel, met burgers niet.
Als je zegt dat het investeringsklimaat beschadigd is, dan klopt dat. Maar de grotere schade is democratisch: burgers voelen zich toeschouwer van beleid dat over hen gaat, en soms tegen hen werkt. Zonder herstel van dat vertrouwen wordt elke grote investeringsagenda politiek instabiel.
-
Eigendom en zeggenschap ontbreken.
"Investeren" zonder eigendom is de klassieke fout: publiek risico, private winst. En Nederland heeft de littekens al:
- Nexperia laat zien hoe strategische tech-activiteiten via een buitenlandse eigenaar een veiligheidsdossier worden.
- Energie-infra eindigt via privatisering in handen van buitenlandse overheden (zoals Zweedse staat via Vattenfall).
- In de Rotterdamse containerterminals is circa 70% van de capaciteit in handen van Chinese staatsgerelateerde partijen.
- Havens, data, netwerken: als je daar geen grip op houdt dan heb je straks wel activiteit maar geen macht.
-
Rent-seeking blijft buiten beeld.
Rent-seeking is winst zonder prestatie: inkomen dat ontstaat doordat iemand een poort bezit - een vergunning, een patent, een standaard, een netwerk of een regel - en daar tol op heft. Die poorten ontstaan zelden vanzelf: ze worden bewaakt en uitgebreid via lobby, manipulatie en druk op de wetgever, met de bekende krokodillentranen over "banen", "strategisch belang" en "noodzakelijke ruimte". Het verhoogt geen productiviteit, maar onttrekt waarde aan publieke investeringen.
In grootschalige investeringsprogramma's is dit risico structureel: zonder expliciete tegenmaatregelen stroomt een deel van het geld niet naar productie, kennis of infrastructuur, maar naar juridische, financiële en organisatorische tussenlagen. Het resultaat is geen systeemwinst, maar systeemverlies: hogere kosten, lagere effectiviteit en groei die politiek niet te verantwoorden is.
-
Deregulering als Pavlov-reactie.
Versimpelen is vaak nodig, maar het woord "minder regels" is gevaarlijk omdat het twee dingen door elkaar haalt:
- snellere besluitvorming binnen harde kaders (goed)
- kaders zelf slopen omdat ze lastig zijn (slecht)
De kunst is tempo zonder uitverkoop van publieke belangen.
-
Arbeidsmarkt: risico's doorschuiven.
Het schrappen van het tweede ziektejaar kan op papier efficiënt lijken. In werkelijkheid verschuift het vooral risico: van werkgevers naar werknemers en de samenleving. Bovendien is het een drogredenatie, want de kosten verdwijnen niet - ze worden alleen anders verdeeld.
Als je dit niet scherp ontwerpt, koop je groei met onzekerheid. Zeker iets waar we het als maatschappij over moeten hebben, maar hier wordt het te opzichtig naar voren geschoven.
-
Internationale studenten als lapmiddel.
Meer talent aantrekken kan verstandig zijn, zeker in techniek. Maar als het primair een pleister is op structureel falende onderwerpen zoals onderwijs, woningmarkt en integratie, dan importeer je spanning in plaats van capaciteit. Je lost het probleem niet op, je verplaatst het.
-
Buffers en strategische voorraden ontbreken.
We praten over "weerbaarheid", maar zonder voorraadpolitiek blijft dat een slogan. Denk aan:
- kritieke grondstoffen (koper, zeldzame metalen)
- medische precursoren
- energiezekerheid
Japan heeft dit soort lessen al decennia eerder geleerd. Wij doen nog alsof de markt altijd op tijd levert en denken in geval van nood dat hamsteren van wc-papier de redding is.
-
Geen democratische voorwaarden aan miljardeninvesteringen.
Als publiek geld nodig is, hoort daar publieke grip bij: co-eigendom, gouden aandelen, transparantie, terugverdienmechanismen. Anders bouw je een nieuwe groeimotor die politiek niet te verdedigen is zodra het tegenzit.
En nog iets: financiering is niet neutraal. Met geld uit autocratieën geef je invloed weg, ook als het als "investering" binnenkomt. Strategische sectoren financier je bij voorkeur met kapitaal uit democratieën - anders vergroot je afhankelijkheid in ruil voor tempo.
Plaatsing in ons denkkader
Dit advies is een noodzakelijke eerste stap: het erkent urgentie, schaal en geopolitieke realiteit. Maar de tweede stap is beslissend: eigendom, buffers en duidelijk onderscheid maken tussen waardecreatie enerzijds en tolheffing anderzijds.
Een investeringsstrategie die democratisch houdbaar is, bevat daarom standaard:
- publieke of maatschappelijke zeggenschap waar publiek risico wordt genomen
- expliciete ontwerpregels tegen rent-seeking
- strategische buffers als beleidskern, niet als bijzaak
- verantwoording richting burgers: wat levert het op aan systeemwinst?
Zonder die laag werken we met z'n allen aan de versnelling, terwijl het eigendom en de opbrengst bij buitenlandse staten en anonieme fondsen terechtkomen - en dus niet terugvloeien naar de samenleving die het mogelijk maakt.