Digitale soevereiniteit
Digitale soevereiniteit is het vermogen van een samenleving om haar eigen digitale infrastructuur te beheersen, te sturen en te begrenzen. Als dat vermogen wegdruppelt, dan verplaatst zeggenschap zich ongemerkt naar partijen waar geen controle op uitgeoefend kan worden.
De zorg is niet abstract. Kernfuncties van de overheid leunen steeds zwaarder op externe digitale infrastructuur en commerciƫle leveranciers:
- DigiD is geen publiek beheerde voorziening, maar afhankelijk van private, deels buitenlandse uitvoerders.
- De Belastingdienst is sterk verweven met Amerikaanse platforms, wat publieke taken kwetsbaar maakt voor buitenlandse politieke en juridische beslissingen.
Deze zorgen zijn terecht. De afhankelijkheden zijn structureel. De noodklok luidt - ingrijpen moet nu, niet morgen. Het is aan de Kamer om dit grondig te onderkennen en de regering op te dragen fundamentele veranderingen door te voeren. Open-source, eigen code en duurzame kennisopbouw binnen de overheid zijn daarbij geen idealen, maar randvoorwaarden.
Beleid en handelen van de overheid
De analyse roept een concrete vraag op: in hoeverre handelt de overheid in lijn met haar eigen verantwoordelijkheid voor digitale soevereiniteit?
Om die vraag te beantwoorden is bij MinBZK expliciet verzocht om inzicht in beleid, keuzes en onderliggende aannames. Zie deze notitie.